Hörmann SupraMatic: Motor bromt, maar beweegt niet
Korte diagnose: Bij een Hörmann SupraMatic met het storingsbeeld Motor bromt, maar beweegt niet, controleer eerst de voeding, ontgrendelingsketen, juiste ingang en veiligheidselementen. Vervang geen onderdelen op verdenking: controleer eerst de ingang, dan de uitgang, dan de belasting.
Storingsbeeld
Eerste beslissing: Komt het commando aan bij de besturing? Zo nee: controleer knop, afstandsbediening, externe ontgrendeling en bedrading. Zo ja: controleer veiligheidscircuit, eindposities, uitgang en belasting.
Meest waarschijnlijke oorzaken – gesorteerd op trefkans
| Volgorde | Oorzaak | Snelle test |
|---|---|---|
| 1 | Rem komt niet vrij | Mechaniek ontgrendelen, rem controleren, motorstroom meten. |
| 2 | Eén fase ontbreekt of motorcondensator defect | Mechaniek ontgrendelen, rem controleren, motorstroom meten. |
| 3 | Mechaniek geblokkeerd of poort te zwaar | Mechaniek ontgrendelen, rem controleren, motorstroom meten. |
| 4 | Motorbeveiliging/thermische beveiliging bijna geactiveerd | Mechaniek ontgrendelen, rem controleren, motorstroom meten. |
| 5 | Tandwielkast of koppeling beschadigd | Uitvoeren van de controle direct op de betreffende ingang/uitgang en meting noteren. |
Onmiddellijke controle in de schakelkast
Deze controles brengen de storing meestal sneller aan het licht dan een complete vervanging van de besturing.
| Nr. | Waar controleren? | Hoe controleren? | Nominale waarde / Verwachting |
|---|---|---|---|
| 1 | Direct op besturing en component | Poort/installatie mechanisch ontgrendelen. Moet: beweging zonder overmatige kracht mogelijk zijn. | Toestand eenduidig, reproduceerbaar en passend bij het schema |
| 2 | Rem/remschakelaar op de aandrijving | Rem controleren bij start. Moet: hoorbaar lossen vóór motorloop. | Rem komt hoorbaar en volledig vrij |
| 3 | Motoraansluiting / schakelaar / FU-uitgang | Spanning op de motor meten. Moet: 230 V eenfasig of 400 V driefasig volgens typeplaatje. | ca. 230 V AC tussen L en N |
| 4 | Direct op besturing en component | Drie fase: alle fasen tegenfase meten. Moet: L1-L2, L2-L3, L1-L3 ca. 400 V. | ca. 400 V AC tussen alle fasen |
| 5 | Direct op besturing en component | Eenfasig: condensator controleren/capacitief meten. Moet: capaciteit nabij opdruk. | Toestand eenduidig, reproduceerbaar en passend bij het schema |
| 6 | Motoraansluiting / schakelaar / FU-uitgang | Motorstroom meten. Moet: niet permanent significant boven nominale stroom. | onder nominale stroom volgens typeplaatje, geen sterke sprong |
Meetwaarden, LED-toestanden en ingangen
| Meetpunt | Beoordeling |
|---|---|
| 400 V AC tussen fasen of 230 V AC L/N | Als er een fase of L/N ontbreekt, ligt de storing vóór de stuurlogica: voeding, hoofdschakelaar, zekering, motorbeveiliging. |
| Motorcondensator µF volgens opdruk plus/minus tolerantie | Meetwaarde vergelijken met typeplaatje en schema; afwijking gericht beperken. |
| Remspanning volgens typeplaatje | Verkeerde remspanning of geen vrijgave leidt tot brommen, overstroom en thermische storingen. |
| Motorstroom per fase | Te hoog: mechaniek/rem/motor controleren. Te laag ondanks commando: uitgang/schakelaar/vrijgave controleren. |
| Isolatieweerstand motor tegen PE door vakman | Meetwaarde vergelijken met typeplaatje en schema; afwijking gericht beperken. |
Belangrijk: Spanning altijd onder belasting controleren. 24 V in nullast kan goed lijken en bij start toch instorten.
Fabrikantgerelateerde controle: Hörmann SupraMatic
De snelste weg is: voeding meten, veiligheidscircuit sluiten, ingang observeren, uitgang controleren, mechaniek onder belasting beoordelen. Begin niet met het duurste onderdeel.
Relevante klemmen en componenten
| Klem / Component | Waarom hier controleren? |
|---|---|
| Netvoeding L/N of L1/L2/L3 controleren op de hoofdklem. | Zonder stabiele voeding zijn alle volgende metingen waardeloos. |
| 24 V accessoirevoeding meten op de besturing; nominale waarde ca. 22–28 V DC. | Component kan het vrijgave- of veiligheidscircuit beïnvloeden. |
| Ingangen OPEN, DICHT, Impuls en STOP controleren op de gemarkeerde klemmenstrook. | Hier ziet men of het commando daadwerkelijk aankomt. |
| Veiligheidscircuit: lichtscherm, sluitrand, loopdeur, kabeldoorhang en noodstop één voor één zonder overbrugging controleren. | Hier blokkeren lichtscherm, SKS en veiligheidscontacten de rit. |
| Bij WA/ITO/B460 FU: eindstandgever, rem en FU-/motorbekabeling afzonderlijk controleren. | Hier controleren of uitgang, motor en rem elektrisch gevoed worden. |
Foutcodes, LED-toestanden of meldingen
| Melding / Toestand | Volgende stap |
|---|---|
| Display of LED-knippercode vóór reset fotograferen. | Melding vóór reset documenteren en vergelijken met ingang/LED/meetwaarde. |
| Dodemansknop na veiligheidsfout: veiligheidscircuit/SKS/lichtscherm eerst controleren. | Lichtscherm reinigen, uitlijnen, voeding en contact controleren. |
| FU-/aandrijfstoring: motorbeveiliging, rem, fasenvolgorde en gever controleren. | FU-code opslaan, motorstroom, hellingen, rem en mechaniek controleren. |
| Geen referentie: eindposities opnieuw inleren en mechanische eindstops controleren. | Gever, eindschakelaar, stekkeraansluiting en inleerloop controleren. |
Parameters die passen bij het storingsbeeld
| Parameter / Functie | Controle |
|---|---|
| Bedrijfsmodus puls/dodemansknop | Foutief ingesteld leidt tot dodemansbediening of ontbrekende impulsbediening. |
| Kracht- of looptijdbewaking | Te krap ingesteld leidt tot start/stop, omkeren of thermische storing. |
| Eindposities/inleerloop | Foutief ingeleerd voorkomt eindpositiemelding en referentieloop. |
| Automatische sluiting | Parameters vergelijken met de huidige toestand en wijziging documenteren. |
| Veiligheidsstrip/lichtscherm geactiveerd | Foutief geparameteriseerd blokkeert DICHT of automatisch. |
| FU-hellingen bij B460 FU | Verkeerde hellingen of snelheid veroorzaken langzame/onrustige loop. |
Bekende zwakke punten uit de praktijk
| Zwakke plek | Praktische controle |
|---|---|
| vervuilde reflexlichtscherm | Reinigen, uitlijnen, voeding meten, relaiscontact testen. |
| Loopdeurcontact met los contact | Contact mechanisch indrukken, elektrisch meten en tijdens beweging observeren. |
| Knoppaneel/bedieningseenheid reageert niet correct | Visuele inspectie is niet voldoende: meten, bewegen, opnieuw meten. |
| Rem op WA-aandrijving plakt | Remspanning meten, loskomen horen, mechanische wrijving controleren. |
| Eindpositie verloren na stroomuitval | Stekker zekeren, sensor bedienen, eindposities opnieuw inleren. |
Typische oorzaak van storingen uit de praktijk
Bij opsteekaandrijvingen en industriepoorten is een klevende rem zeer frequent. Bij 230 V-aandrijvingen is de condensator een hete kandidaat.
Let in het bijzonder op bij Hörmann SupraMatic: Eerst meten, dan vervangen. De meest voorkomende oorzaken zijn sensoren, vrijgaveketen, eindpositie en mechaniek – niet direct de besturingsprintplaat.
Stap-voor-stap reparatie
- Installatie beveiligen: gebied afzetten, rijweg vrijmaken, hoofdschakelaar uitschakelen en beveiligen tegen opnieuw inschakelen. Werkzaamheden aan 230/400 V, remmen, frequentieomvormers, hoofdschakelaars of motorbekabeling mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien. Schakel de installatie vóór elke weerstands- of doorgangsmeting volledig spanningsvrij en beveilig deze tegen opnieuw inschakelen.
- Component isoleren: Voor dit storingsbeeld eerst controleren of de motor spanning krijgt, maar niet kan starten vanwege fase, condensator, rem of mechaniek, alvorens de motor of besturing te verdenken.
- Rem / remgelijkrichter / motorcondensator lokaliseren: klem, kabel en component markeren aan de hand van de opschrift en het schema. Maak foto's voordat u loskoppelt.
- Meting uitvoeren: voeding, ingang, contact/weerstand en LED-status meten. Resultaat noteren; geen onderdeel vervangen alleen omdat het "verdacht lijkt".
- Component vervangen of repareren: rem / remgelijkrichter / motorcondensator alleen vervangen door een passend type volgens typeplaatje/schema. Klemmen vastzetten, trekontlasting aanbrengen, kabel beveiligen tegen wrijving.
- Functietest: Individuele functie bij de ingang controleren, daarna complete OPEN- en DICHT-rit uitvoeren. Foutgeschiedenis opnieuw controleren.
- Veiligheidscontrole: Noodstop, lichtscherm, sluitrand/SKS, loopdeur en eindposities actief testen. Bij automatische loop omkering en voorwaarschuwing documenteren.
Reserveonderdeeladvies
Typisch reserveonderdeel: Rem / remgelijkrichter / motorcondensator
Functie: Deze onderdelen maken de start mogelijk. Als de rem vastzit of de condensator zwak is, bromt de motor zonder koppel.
Vervanging: Installatie spanningsvrij schakelen, klemmenbezetting fotograferen, aders markeren, onderdeel vervangen, klemmen opnieuw aandraaien, trekontlasting controleren en daarna meetwaarde/functie opnieuw documenteren.
Andere onderdelen die bij deze installatie in de gaten moeten worden gehouden:
- Hörmann bedieningseenheid/besturingsprintplaat
- Lichtscherm
- Sluitkantbeveiliging
- Loopdeurcontact
- Eindstandgever
- Rem/remschakelaar
Praktijkvoorbeeld
| Punt | Beschrijving |
|---|---|
| Storingsbeeld | Motor bromt bij OPEN-commando, poort blijft stilstaan. |
| Diagnose | 400 V was aanwezig, maar de rem kwam niet vrij. |
| Oorzaak | Remschakelaar defect. |
| Oplossing | Remschakelaar vervangen, rem afgesteld, motorstroom en rijcycli gecontroleerd. |
| Tijdsbesteding | 55 minuten |
Eindcontrole na reparatie
- Minimaal drie complete rijcycli OPEN/DICHT uitvoeren zonder foutmelding.
- Noodstop bedienen: installatie moet onmiddellijk stoppen en pas na ontgrendeling weer vrijgeven.
- Lichtscherm onderbreken tijdens DICHT-rit: sluitrit moet stoppen of omkeren, afhankelijk van de installatie.
- Sluitrand/SKS testen met geschikt testlichaam: reactie en omkeerweg controleren.
- Eindposities OPEN/DICHT controleren: display, vergrendeling, verkeerslicht/vrijgave moeten correct omschakelen.
- Meetwaarden, vervangen reserveonderdeel en foutcode documenteren in het onderhoudsrapport.
Opmerking: klembenamingen kunnen variëren afhankelijk van bouwjaar, optieprintplaat en uitvoering. De doorslaggevende factor blijft altijd het schema van de specifieke installatie.






Delen:
Hofschuifpoort met Sommer-besturing: Eindstand wordt bij regen niet herkend – Reparatiehandleiding met meetwaarden en programmering
Industriepoort gaat niet meer omhoog – Foutdiagnose en reparatie